Weer even alleen op reis

augustus 2020

De laatste weken waren taai, onrustig en erg saai. Het coronavirus heeft duchtig huisgehouden in mijn agenda en daar waar ik het de eerste tijd nog een soort van ‘leuk’ vond begint nu de onzekerheid me parten te spelen. Het versoepelen van de regels na de lockdown zorgde weer even voor een opleving en gelukkig kon ik weer spelen tijdens enkele huwelijken. Helaas kwam daar met het aanscherpen van de regels opnieuw verandering in. Je moet je voorstellen dat er thuis een soort van gespleten persoonlijkheid rondloopt van mezelf. Het ene moment blij en hoopvol. Het andere moment depressief en uitzichtloos. Bepaald geen fijne metgezel dus voor mijn vriendin Esther. Zij gaf een paar jaar geleden haar baan op en besloot zich volledig te storten op haar webshop MookStories. Een dappere beslissing en met succes. Zij zag haar omzet in de afgelopen maanden groeien. Des te vervelender is het wanneer de een in een dergelijke flow zit en de ander het hard te halen heeft. Ik weet nog goed hoe ik me voelde toen ik steeds meer opdrachten kreeg. Alles lijkt op die momenten volledig te kloppen. Niet voor niets dat zij het was die op zeker moment tegen me zei: ‘Joh, waarom trek je er toch niet op uit met ons campertje. Je hebt nu alle tijd.’ Dat ik daar zelf niet eerder aan gedacht had. Inderdaad, er op uit trekken met de camper. Dat moest ik doen. Ik wist al dat ik prima alleen kon reizen. Ik wist ook dat wij elkaar de ruimte geven om alleen te reizen en toch kwam dit idee op de een of andere manier niet in me op. Ergens was ik daarin onbewust toch weer een beetje geconditioneerd. Zo van, als je op vakantie wilt gaan dan ge je toch altijd samen!? Nee, het is zo heerlijk en waardevol om ook eens helemaal op jezelf te zijn. Ik geef toe, ik heb het moeten leren, maar het kan je veel brengen.

Ik heb het voornemen om lekker te gaan wandelen en overweeg naar Luxemburg af te reizen. Terwijl ik blader door de wegenkaart van de Benelux vallen mijn ogen op het stadje ‘Vianden’. Iets in mij zegt dat we daar weleens naartoe kunnen gaan. Ik weiger het op te zoeken op internet en vertrouw op mijn gevoel. Later die dag krijg ik bevestiging van deze keuze. Een vriend van me die op de hoogte is van mijn intenties vraagt me namelijk of ik al weet waar ik heenga. Mijn antwoord: ‘Ik denk dat ik eens naar Luxemburg rijd. Niet te ver. en toch een volledig andere omgeving en volgens mij kan ik er goed wandelen.’ Waarop hij zegt: ‘Oh, dan zou je eens naar Vianden moeten gaan. Dat is een prachtige stadje en in de omgeving kun je heel mooi wandelen.’ Heerlijk vind ik het wanneer ik dit soort bevestigingen krijg van mijn intenties. Er is niets meer in mij dat nog twijfelt en ik ga met Maggie, onze oudste hond, de volgende dag op pad.

In de buurt van Vianden, te Luxemburg, aangekomen zijn er voldoende campings te vinden. Ik kies er een uit waarbij we aan het water kunnen staan. Het is al wat later in de middag als ik de camper op haar (het is een zij, ze heet Betsy) plek zet. Het weer voor de komende dagen is redelijk, maar in ieder geval perfect om te wandelen. In de twee opeenvolgende dagen wandel ik per dag zo’n 15 kilometer en het meest opvallende is eigenlijk dat ik geen sterveling ben tegengekomen. Er is niet één persoon te vinden op de wandelpaden die ik volg. Heerlijk! Je zoekt de rust en je zult ‘m potverdikkeme krijgen ook! Ook Maggie is helemaal in d’r sas. Ik merk het aan haar als ze me steeds uitdaagt om te spelen en in haar dolle momenten van links naar rechts, van voor naar achter heen en weer rent. Dat we vanwege corona niet aan kunnen leggen bij een of andere kroeg is natuurlijk een minpunt. Hoewel, was er geen virus geweest dan had ik ook niet aan de toog kunnen zitten. Vanwege de simpele reden dat er nergens een café te bekennen is. Enfin, we doen het deze reis met de natuur.
We hebben een camping uitgekozen in ‘the middle of nowhere’, dat blijkt wanneer ik boodschappen wil doen. Te voet is het zeker geen haalbare kaart, maar ik voel ook weinig behoefte om de ‘trossen’ van Betsy weer los te gooien en naar een supermarkt te rijden. Echter het proviand wat ik heb meegenomen lijkt niet afdoende voor de periode dat we weg zijn. Ok, dan toch nog maar eens kritisch kijken naar wat er wel is. Eigenlijk vind ik het vaak leuker om iets te koken wanneer er weinig voor handen is. Het doet een extra beroep op je creativiteit en door de jaren heen zijn hieruit de lekkerste gerechten ontstaan. Ook nu slaag ik er weer in om een mooi gerechtje op tafel te zetten. Als ik ‘s avonds aan tafel zit met Maggie naast me op de bank, een goed glas bier en een programma op Netflix via de laptop word ik ineens doordrongen met een gevoel van intens geluk en besef me dat de mens eigenlijk niet zo veel nodig heeft.

Op de derde ochtend smeer ik het laatste brood dat er is om mee te nemen voor onderweg tijdens de wandeling. Uit voorzorg, want ik ben bereid de boterhammen links te laten liggen wanneer ik een eettentje tegenkom. Ja, toch meteen weer dat luxe paard he wat in me huist. Of Bourgondiër!? Ik hou het op Bourgondiër want dat klinkt toch een stuk vriendelijker. Wederom geniet ik van een fantastische wandeling samen met Maggie. Ze zegt niets. Nee, we hebben immers geen hond die kan praten, maar toch is er op gevoelsniveau zo’n mooie connectie als ik me zo alleen met dit prachtige wezen door de natuur voort beweeg. We lunchen onderweg op een bankje wanneer er een klein zonnetje door de wolken tevoorschijn komt. De gesmeerde boterhammen worden dus toch dankbaar opgegeten. Ik deel wat stukjes brood met Maggie. Immers, samen uit, samen thuis.
Later, tegen het einde van de wandeling gebeurt er iets wonderlijks. De laatste paar kilometer denk ik steeds aan de schaarse voorraad in de camper en hoe ik toch ergens een boodschap kan gaan doen. Dan ineens zie ik, als een geschenk uit de hemel een busje staan met daarop ‘Bäckerei’. De chauffeur van het busje loopt naar een voordeur en hangt aan de deurklink een plastic tasje met daarin vermoedelijk brood. Ik hou de chauffeur aan en vraag hem of hij ook brood bij zich heeft voor de verkoop. ‘Selbstverständlich!’ Hij geeft aan dat hij zijn bus even naar de overkant van de weg rijdt. Ik heb geen idee waarom, maar ik ga hier logischerwijs niet tegenin en wacht braaf aan de andere kant van de straat. Ik hoor wat gestommel achter in de bus en ineens gaat er aan de zijkant een groot luik open wat de bus doet veranderen in een heuse winkel. Prachtige broden, gebak, beleg en kruidenierswaren strelen mijn ogen. Er verschijnt een hele brede glimlach op mijn gezicht. Enerzijds door het onverwachte wat hier op mijn pad komt, anderzijds omdat ik meteen weet dat ik hier mijn boodschappen kan doen. Ik hoef er niet eens lang mee te zeulen, want ik ben alweer bijna terug op de camping. Aan het gezicht van de bakker lees ik af dat hij mijn blijdschap deelt. Met een goed gevulde rugzak bedank ik de man en neem ik afscheid. Overigens, Duits brood hè, het zuurdesem, de harde korst, de vaste structuur…. Ik hou er zo enorm van!!!
Samen met Maggie geniet ik nog van een laatste rustige avond in Luxemburg en de volgende dag rijden we weer ontladen en bijgetankt terug naar Nederland. Ik zal nog weleens teruggaan naar het Luxemburgse land.